Hilversums historie...

Van grenssteen tot toeristische trekpleister

door W.G.M. Cerutti, Hilversum

bron: historisch tijdschrift 'Tussen Vecht en Eem', jaargang 11, afl. 3, sept. 1981

Op de Gooise heide en elders in onze regio komen diverse grotere en kleinere zwerfstenen voor die hier in de ijstijd via gletsjers zijn gedeponeerd.

Verschillende oudere schrijvers maken reeds melding van deze zwerfkeien. Zo vermeldt Lambertus Hortensius in zijn boek "Over de opkomst en ondergang van Naarden" -waarin hij de uitmoording van die stad in 1572 waarvan hij ooggetuige was, beschreef- over het Gooi: men delft er stenen van ontzaglijke omvang uit de grond.

Dezelfde Hortensius schreef in 1632 een gedicht, Chorographia Goilandiae. Over het Gooi komt daarin de volgende passage voor: Daar, waar het land, naar binnen toe, hooger en heuvelachtiger wordt of, slecht bebouwd weder daalt, graaft men steenen op, groot en breed. Ik heb gezien hoe men trachtte een gevaarte, als een pyramide, boven den stevigen grond te brengen: maar vergeefs was de moeite.

In het begin van de 17e eeuw dus probeerde men al dit soort grote zwerfstenen aan de oppervlakte te brengen.

Ontdekkingen van zwerfkeien spraken in vroeger tijden zeer tot de verbeelding. B etrof het een enkele steen dan groeide deze in omvang naarmate men er meer over sprak. Werd een verzameling keien aangetroffen dan zag men er al gauw het werk van mensen uit prehistorische tijden in. Waren de stenen grillig gevormd dan dacht men al snel aan afgodsbeelden.


2-Kei-607413_500x373.jpg

Zo verhaalt de bekende Hilversumse notaris, archeoloog en historicus Albertus Perk dat in 1843 op de Zwarte Berg bij Hilveroord (tevoren en later Hoorneboeg genaamd) op zeven ellen diepte van de kruin des heuvels een opeenstapeling van zwarte keijen, met veel moeite opgetrokken, werd gevonden. Perk meende dus dat hier sprake was van mensenwerk.

Ook over de kei aan de Lage Vuursche is zeer veel gefantaseerd. Janssen, Scheltema, De Rijk en vele anderen zagen er een hunebed in. Dit "hunebed" is echter niet anders dan een zwerfkei, vermoedelijk rond 1800 in de buurt opgedolven.

Omstreeks 1845 werd aan de Witte kruislaan in Hilversum een verzameling grillig gevormde stenen gevonden waarover enorm veel is gefantaseerd. In een steen zag men zelfs een menselijke romp. Dit moest wel het restant van een heidens afgodsbeeld zijn!

Toen het huis Vogelenzang in Hilversum werd gebouwd stuitte men bij de graafwerkzaamheden op een enorme steenmassa. Ook hier sprak Prof. De Rijk al gauw over een hunebed.3-Kei-606141_320x206.jpg

Er zijn in het Gooi in de loop der eeuwen nog meer grote keien opgegraven. Het zou te ver gaan ze hier alle te noemen. Vermelding verdient nog wel de Larense Kei. De geschiedenis hiervan zou misschien door de Historische Kring Laren eens uitgezocht kunnen worden.

Op al deze keien konden de romantische wetenschapper en de volksgeest zich heerlijk uitleven. Zwerfkeien als hunebedden, afgodsbeelden en zelfs verhalen dat stenen ter plaatse in de grond groeiden.


4-Kei-600571_500x674.jpg

Grensstenen

Keien werden in het verleden nog al eens als grenssteen gebruikt. Omdat er nog geen betrouwbare kaarten waren waarop men een grens kon uitzetten en ook de kadastrale perceelsopmeting nog niet bestond, moesten grenzen vaak vrij vaag worden aangegeven. Als grensaanduiding gebruikte men graag 'natuurlijke' terreinafgrenzingen zoals riviertjes, houtwallen enz. Ook bomen -bij voorkeur zo oud en groot mogelijk- werden wel als grensmarkering gebruikt. Deze kon je immers niet stiekum 's nachts verplaatsen, wat bij grenspaaltjes of kleinere grensstenen wel kon en ook gebeurde!

De zuid-oost grens tusen Holland (Gooi) en Utrecht werd van oudsher aangegeven door de uiterste boom staande aan de zuidzijde van het Gooiers bos. Dit bos was gelegen in het gebied van de huidige Zwarte- en Boschbergen in het zuid-oosten van het Gooi tegen de Hollandse Rading.

Toen dit bos rond 1600 door kap was verdwenen plaatste men in plaats van "de uiterste boom" eren reusachtiger "keselsteen", vermoedelijk waar later grenspaal nr.17 is geplaatst. Een nabij gelegen grensaanduiding werd vanouds gevormd door de "hoek der drie stenen".

Ondanks al deze grensaanduidingen is er in het Gooi eeuwenlang getwist over allerlei delen van de grens met Utrecht. Processen, ruzies en nachtelijke verplaatsingen van grensstenen kwamen herhaaldelijk voor.

Ook om de grenzen tussen buurschappen -gemeenten zouden wij tegenwoordig zeggen- aan te geven, gebruikte men wel zwerfstenen. Ook onze Hilversumse Kei heeft hoogstwaarschijnlijk als zodanig dienst gedaan en wel als grenssteen tussen Hilversum en Laren.

De grens Hilversum-Laren

Hilversum viel oorspronkelijk onder Laren. Al in 1305 wordt echter gesproken over Hilversumse schepenen, wat duidt op een zekere eigen bestuursmacht. Op 4 maart 1424 verkreeg Hilversum van Johan van Beieren een eigen schepengerecht waarmee de zelfstandigheid een feit werd. Enkele jaren eerder was Hilversum als parochie al van Laren afgescheiden.

Een zelfstandig rechts- en bestuursgebied diende natuurlijk ook eigen grenzen te hebben. In 1424 werd dan ook tevens bepaald dat er een banscheiding (ban is rechtsgebied) gemaakt zou worden tussen Laren en Hilversum. Deze banscheiding kwam pas vier jaar later tot stand en wel op 2 januari 1428 door Splinter van Nijenrode, baljuw van Gooiland.

De grens wordt als volgt beschreven: ingaende van die husinge die nu in die vuers betymert staen voirt op baerbergen gelegen tusschen larekerc en hilfersom dair voirt op aertgens berch gelegen op lange hulle dair off voirt op Wegelberch gelegen tusschen nairden en hilfersommer sant dair off voirt op cruysbergen en dan anderen sticht.


18-Kei-501533_509x335.jpg

Erg precies is deze grensaanduiding niet, maar het grensverloop kan toch wel gevolgd worden. De grens begint bij de huizen die op de Hoge Vuursche zijn gebouwd, waar veel later de herberg De Roskam verrees. Dit punt is overigens later buiten het Gooi te komen liggen. Van hieruit liep de grens naar Baerbergen. Deze heuvels liggen op de Zuider-heide, ten zuidoosten van de Larenseweg.

Een zijstraat van de Kamerlingh Onnesweg heet heden ten dage nog Baerbergen. (Uit: Straatnamenboek van Hilversum, auteur: A.H. Meijer, Drukkerij Hilversum Verloren 1988: Baerbergen (1962): de 7e tand van het Kamrad, aftakkend van de parallelweg van de Kamerlingh Onnesweg. De nummering van de 'tanden' van het Kamrad is van zuid naar noord. Baerbergen is oorspronkelijk een veldnaam, die voorkomt op de kaart van Gooiland na de heideverdeling van 1843. Op die kaart wordt de naam 'Baerbergen foutief gespeld als 'Kaerbergen'. Baerbergen is oorspronkelijk het gebied ten oosten van de Jan van der Heijdenstraat, ongeveer tussen de Eemnesserweg en de Lorentzweg en het verlengde van deze beide wegen (over het huidige Kamrad), waarbij 'baer'='kaal'='niet bebost' betekent.

16-Kei-501542_320x243.jpg

De "larekerc" waarvan de banscheiding spreekt is de kerk op het St. Janskerkhof. Van Baerbergen liep de grens naar de Aardjesberg. Deze heuvel ligt op de Wester-heide ten oosten van de nieuwe Crailooseweg en maakt deel uit van de heuvelrug de Lange Heul. Vandaar liep de grens naar de Wegelsberg, tussen Naarden en het Hilversumse zand. De plaats van de Wegelsberg is wat moeilijk te bepalen. Vermoedelijk lag deze heuvel op of nabij de huidige Kamphoeve, dus tussen de Bussummer grindweg en de Franse Kampweg. Vandaar liep de grens naar Cruysbergen. Dit is een gebied ten noorden van de Franse Kampweg en ten westen van de Nieuwe 's Gravelandseweg. Vandaar liep de grens naar de grens van het Sticht (Utrecht), dwz. de Stichtse Rading, noordelijk achter 's Graveland.

Driehonderdvijftig jaar later bleek de grens Laren-Hilversum nog nauwelijks gewijzigd. In een zogenaamde schaarbrief uit 1762 wordt de grens nl. gedeeltelijk als volgt beschreven: van de westerhoek van de Laarder Wasmeer, en van daar lynrecht op een grooten steen, leggende tusschen Hilversum en het Laarder Kerkhof daar de voetpaden van Hilversum op Laren ineen lopen en vandaar op Aardjesberg en Langehul enz.

Op Baerbergen blijkt dus nu een grote grenssteen te liggen. Bij de kadastrale grensopmeting van Hilversum in 1828 werd deze grenssteen nog aangetroffen.

Ook bij de Crailooseweg op de Aardjesberg trof men toen een grenssteen aan. In de onmiddellijke nabijheid van deze steen loopt een vroeger enkele kilometers lange lage aarden wal waarvan enkele restanten nu nog in het landschap te zien zijn. Deze zgn. Varkensdrift moet wel een gedeelte zijn van de oude banscheiding tussen Laren en Hilversum.

Door diverse grenswijzigingen in en na 1828 verloor de grenssteen op de Aardjesberg zijn functie. Zij stoof onder het zand en "verdween".

De grenssteen herontdekt

Bij de aanleg van een rijwielpad van Crailoo naar het St. Janskerkhof werd in 1916 op een helling van de Aardjesberg door H.W.M. Roelants vrij ondiep in de grond een enorme zwerfsteen ontdekt. Hoewel hierover geen absolute zekerheid te geven is, kan het toch bijna niet anders dan dat deze steen de grenssteen is tussen Laren en Hilversum die wij hierboven al beschreven. De steen werd in 1916 immers juist op de oude grens aangetroffen, vlak bij de Varkensdrift. Dat het de oude grenssteen was besefte in 1916 overigens aanvankelijk niemand. De vondst was een hele gebeurtenis, die sterk tot de verbeelding sprak. De kolossale kei kreeg al gauw de bijnaam "De Zwerver" en werd het doel van menig fiets- en wandeltocht. Zelfs Koningin-moeder Emma kwam De Zwerver bekijken.

24-155a-sGravel_weg-500x397.jpg


Hoe zwaar de kei precies is, is mij niet bekend. De schattingen variëren van 7.000 tot 13.000 kg. Deskundigen weten te vertellen dat het een brok biotiet-graniet is, afkomstig uit Zweden. Zwerfkeien van deze soort zijn hier te lande zeldzaam.

Kei_bordje.jpg

Het gebied waar de kei was gevonden -en dus ook de kei zelf- was eigendom van de Vereniging Stad en Lande van Gooiland, de organisatie van de erfgooiers.

De oud-wethouder van Hilversum Mr. J. Hingst vatte het idee op om de kei een plaatsje in de tuin van zijn huis te geven en wist de steen voor 10 gulden van Stad en Lande te kopen. Toen hij vervolgens de transportkosten liet schatten, werden deze begroot op 1.100 gulden. Een voor die tijd enorm hoog bedrag. Hij zag dan ook maar van de kei af. Deze bleef liggen op de Aardjesberg; de kuil waarin de half uitgegraven steen lag, stoof weer vrijwel dicht.

Maar De Zwerver vond geen rust.

Wie enige jaren later het initiatief tot verplaatsing naar Hilversum nam, is niet duidelijk. Was het Mr. Dr. M.S. Koster, burgemeester van Hilversum; E. Luden, voorzitter van Stad en Lande van Gooiland; J. Kardux, lid van het bestuur van de kort tevoren opgerichte Hilversumse Vereniging voor Vreemdelingenverkeer tevens gemeentesecretaris van Hilversum of Floris Vos?

Floris Vos (1871-1943) was een legendarische figuur in het Gooi. Fervent erfgooier, was hij jarenlang leider van de zogenaamde Oppositiepartij -een groep erfgooiers die zich tegen het bestuur van Stad en Lande verzette- en had zich als zodanig duchtig geroerd.

Floris Vos was directeur van de hofstede Oud-Bussem, een modelboerderij waar op uiterst moderne en hygiënische wijze melk werd geproduceerd. Dit bedrijf was in 1903 mede om idealistische redenen gesticht door Johannes van Woensel Kooy (1902-1903).

5-Kei-508490_500x345.jpg

Vermaardheid kreeg Floris Vos ook toen hij in 1928 het initiatief nam tot de afschaffing van de tol in Muiden, wat leidde tot de beroemde tolbestorming. Vos is ook enkele jaren lid van de Tweede Kamer geweest. .* (*Zie het artikel onder)

FlorisVos.jpg

Floris Vos was een man met veel gevoel voor wat wij tegenwoordig show en publiciteit zouden noemen en wij vermoeden dat hij degene was die het initiatief nam tot verplaatsing van de Kei naar Hilversum.

Hoe dit ook zij, Stad en Lande schonk in 1921 de Kei aan de Hilversumse V.V.V., die met de gemeente overeen kwam dat de Kei een plaats zou krijgen aan de 's Gravelandseweg.

Floris Vos zegde toe voor het transport te zullen zorgen. Dit bleek een enorm karwei dat bijna twee weken in beslag nam.

Men bedenke dat in die tijd de transportmiddelen nog vrij primitief waren. Maar ook Floris Vos maakte het zichzelf er niet gemakkelijker op. Hij gebruikte alleen middelen waarover hij als directeur van Oud-Bussem beschikte; vermoedelijk niet alleen om de kosten te drukken, maar ook omdat hij in het transport een uitdaging en een publiciteitsstunt zag.

De affaire trok meteen al veel belangstelling. Heel Hilversum en het halve Gooi leefde mee met dit spannende avontuur. Zou de onderneming wel lukken? Wie zou er winnen: de erfgooier Floris Vos of de Kei, die al even onverzettelijk leek.

Floris Vos moest onder leiding van de bedrijfsleider Smidt vrijwel het gehele personeel van Oud-Bussem inzetten om het karwei te klaren.

8-Kei-606157_500x270.jpg

Het transport van de Hilversumse Kei


In de eerste week van augustus 1921 begon men met het uitgraven van de de Kei. Deze werd vervolgens opgevijzeld, op rails gelegd en toen op een platte wagen getrokken. Een hijskraan werd niet gebruikt, alles ging met de hand. Geen wonder dat de ploeg er bijna een week mee bezig was.

7-Kei-600077_320x221.jpg

Op maandag 8 augustus begon het eigenlijke transport.

De wagen waarop de Kei lag werd getrokken door de enorme tractor van Oud-Bussem. Deze had in het Duitse leger gediend om zware kanonnen uit de modder te trekken, althans zo verhaalt de historie. Hoe Floris Vos dit bakbeest op de kop had weten te tikken vertelt de geschiedenis niet. Met zijn rupsbanden leek de tractor veel op een tank, voor de rest op een stoomwals. De tractor bleek sterk genoeg om de steen te trekken, maar de wagen waarop de Kei lag leverde veel problemen op. Door zijn vorm bleef de Kei niet stil liggen, maar rolde dan weer naar voren, dan weer naar achteren.

Vooral het begin was uiterst moeizaam. Van Woudenberg beschreef het aldus: Als de tractor zijn 13.000 kg. zware last zuchtend en steunend enige meters had voortgesleept, spleet de heide in diepe groeven uiteen, alsof zij de Kei met alle kracht wilde terugtrekken naar de plaats, die hem eeuwenlang als rustplaats had gediend.

6-152a-transp1921_320x119.jpg

Het transport over de heide bleek buitengewoon zwaar. Wagens kreunden, mannen zwoegden, wielen verzakten in greppels en verraderlijke grindkuilen. En zo brak al op de tweede dag de achteras van de wagen. Geen nood, van Oud-Bussem werd onverwijld een nieuwe gehaald.

Het transport vorderde zo moeizaam dat de planning om op woensdag 10 augustus in Hilversum te arriveren niet gehaald werd. Een voor die avond aangekondigd concert moest worden afgelast.

Toen na dagen van ploeteren de eerste straten van Hilversum bereikt werden, weigerde de tractor ineens iedere verdere dienst. Maar ook hierop werd iets gevonden. Oud-Bussem beschikte namelijk over een aantal 3½ tons vrachtauto's op massieve banden, die voor het melktransport dienden. Twee van deze blinkend wit geschilderde wagens werden met kettingen aan elkaar verbonden en sleepten zo de wagen met de Kei verder Hilversum in.

10-Kei-600078_320x199.jpg

Intocht in Hilversum - 13 augustus 1921


Op zaterdag 13 augustus 1921 vond de officiële intocht plaats.

Heel Hilversum was in feeststemming. Langs de hele route (Groest, Herenstraat, Kerkbrink) was enorm veel volk samengelopen. De Harmonie voorop speelde vrolijke deuntjes, op de eerste vrachtwagen zaten zingende schoolkinderen, dan de tweede vrachtwagen en dan de versierde wagen met daarop de Kei. Op de bok enkele vermoeide maar tevreden werknemers van Oud-Bussem, de sjouwers.

En zo trok het onder klokgelui, terwijl de vlag van de toren aan de Kerkbrink wapperde, naar het 'brinkje' aan de 's Gravelandseweg hoek Schoutenstraat.

Vooraf werd een officiële ontvangst aan het Langgewenst gehouden, waar duizenden belangstellenden waren toegestroomd.

Alle Hilversumse notabelen waren aanwezig in hun pandjesjassen en met bolle, hoge of strooien hoeden: burgemeester en wethouders, de voorzitter van Stad en Lande van Gooiland, de voorzitter van de V.V.V., Floris Vos en zelfs de minister van Onderwijs, Kunsten en Wetenschappen Visser.

Vele toespraken werden gehouden. Vooral Floris Vos en zijn mannen werden geprezen. Hij kreeg een grote krans aangeboden die hij op de Kei plaatste. En toen ging het in triomftocht naar de 'sGravelandseweg. Daar hield Floris Vos een toespraak waarin hij in fraaie overdrijving stelde dat wanneer de politie de nieuwsgierige burgers niet op een afstand had gehouden, de Kei wel door het gederang van het publiek op zijn plaats was beland!

13-Kei-600597_320x194.jpg

De Hilversumse Kei werd vervolgens op enkele kleinere zwerfstenen gelegd die in het begin van de 19e eeuw uit de Boomberg opgedolven waren, waarna een heildronk op de Hilversumse aanwinst werd uitgebracht.

In 1971 werd de Kei iets verplaatst toen het pleintje aan de 'sGravelandseweg verdiept werd. Ophef werd er niet over gemaakt; geen feestelijkheden zoals in 1921. Een hijskraan pakte het gevaarte op; in een kwartiertje was het karwei geklaard; geen wekenlang gezwoeg met mankracht. De tijden zijn in vijftig jaar wel veranderd!

15-158a-kei_320x224.jpg

En hier midden in Hilversum ligt de Kei nog. Zwijgende getuige van het ontstaan van het Gooi in prehistorische tijden, van het zelfstandig worden van Hilversum in 1424, van de banscheiding met Laren in 1428 en van de hardnekkige vastberadenheid van erfgooiers zoals Floris Vos.

Floris Vos


FLORIS VOS, EIGENAAR HOFSTEDE OUD BUSSEM

Floris Vos wordt zeventig (1941)


De ouderen herinneren zich dezen naam zeer goed en in ‘t Gooi kent ieder den nog levenskrachtigen “baas van Modelboerderij Oud Bussem” met zijn typische Grijzen hoed. Hoe Floris Vos in ‘t Gooi kwam, heeft hij ons indertijd zelf verteld.

In 1902 keerde ik naar dit land mijner voorvaderen terug.

Van mijn jongste jaren af had ik veel lust in ontginningen; ik was op het gymnasium geweest , doch het zittend leven was niets voor mij. We woonden in Utrecht. Mijn vader wilde dat ik hem in zijn dokterspraktijk kon opvolgen, althans een academische vorming zou genieten. Maar met een bezorgd hart zag hij me al op zeer jeugdigen leeftijd naar Hongarije vertrekken. Na verder nog eenigen tijd in het buitenland te hebben gezworven, vestigde ik een klein landbouwbedrijf op de Veluwe. Hiervoor was geen voldoende afzet te vinden en na 10 jaren kwam ik naar ‘t Gooi.

Dat was zooals gezegd in 1902. Ik had met v. Woensel Kooy het Bosch van Bredius gekocht, om hier een modelboerderij op te richten".

Tot zoover Floris Vos over zijn komst in het Gooi.

OudBussem.jpg

Oorspronkelijk stamde hij uit Huizen, waar zijn overgrootvader heelmeester was. Over zijn voorvaderen heeft deze militante erfgooier ons indertijd nog interessante bijzonderheden verteld. Het teekent den man, die toen hij voor de erfgooiersrechten vocht, er niet tegen op zag duizend koeien op de marechaussee af te jagen, als hij vol trots zegt, dat hij van rechtschapen en eenvoudigen menschen stamt. “Daar ben ik trotscher op op, dan verwantschap met een of anderen rijken advocaat, die vol streken zit. Ik begrijp niet, waarom menschen zich zoo uitsloven om familie te zijn van een hooge oomme - let maar op, van gewone stervelingen zijn ze niet graag familie - of waarom ze moeite doen hun kinderen vooral deftig te doen trouwen. Laat ze zorgen, dat de kinderen flink op eigen beenen leeren staan “.

Als erfgooier

Als erfgooier zijn de daden van Floris Vos berucht en beroemd geworden en niet eerder eindigde zijn verbeten strijd voor de rechten der scharende erfgooiers, dan toen in 1912 de Erfgooierswet tot stand kwam.

Het was in die jaren van strijd, toen de Gooische gemeenten zich steeds meer land van de oude erfgooiersgemeenschap toe-eigenden; Floris Vos werd de vurige, onverzettelijke en ook handige leider en dat is bij tal van gelegenheden gebleken. Het zou waarlijk heel wat ruimte eischen deze hier weer te geven, de verleiding is te groot, doch er moet zuinig met het papier worden omgesprongen. Een van de hoogtepunten was wel het reeds gereleveerde feit van den veldslag tusschen 1000 koeien en de marechaussee, die de regeering naar de meenten te Blaricum had gezonden.

Het was Floris Vos die, om bloedvergieten tusschen de “regeerings-troepen” en de erfgooiers te voorkomen, het legertje koeien op de politietroepen afstuurde; hij heeft er voor in de kerker moeten boeten, doch na 10 jaren strijd won hij den slag en maakte de Erfgooierswet een einde aan de openbare verwikkelingen. Floris Vos werd als afgevaardigde van de stad Naarden in het bestuur van Stad en Lande opgenomen, welke functie hij later vrijwillig heeft neergelegd.


* uit: http://oud-bussem.blogspot.com




FLORIS VOS

FlorisVos.jpgFloris Vos wordt zeventig (1941)*


Als tolbestormer

Als tolbestormer maakte hij zich landelijk nog meer naam dan

als erfgooier. Heel ons land had plezier in dien vurigen kleinen Gooier, die niet met gepraat, doch met daden van leer trok tegen de volkomen ouderwetsche verkeersobstakels, waaraan iedereen een hekel had. Zijn befaamde bestorming van de tol te Muiden werd een keerpunt in de tollenhistorie; de autoriteiten in Den Haag waren wakker geschut.

Toen Floris Vos in 1929 candidaat werd gesteld voor de Tweede

Kamer, kozen 40.000 Nederlanders den man, dien zij om zijn eigen

voortvarendheid en frischheid van gedachten respecteerden ! Hij deed er goed werk, maar zijn frissche spontaniteit belette hem een doorgefourneerden politicus te worden.

Een veelbewogen leven heeft dezen 70-jarige achter de rug. En eerst de laatste jaren is het rustiger om hem heen geworden. Maar in den strijd om de erfgooiersrechten is hij een historische figuur, als tollenbestormer niet minder. Een man van een kranig en pittig karakter, die moeilijkheden te lijf wist te gaan; een Nederlander in den besten zin van dit woord. Die men nu eenmaal moet nemen zoo hij is. En dien wij gaarne vele jaren van goede gezondheid gunnen, al levert hij ons dan ook niet zooveel copy meer als eertijds !

Floris Vos

Floris Vos (1871-1943)*

Iemand die zich erg heeft ingespannen voor de rechten van de erfgooiers was Floris Vos.

De vereniging Stad en Lande beheerde de gezamenlijke erfgronden en Floris Vos moedigde de Meentboeren aan in hun verzet tegen de versnippering van de gemeenschappelijke grond. Floris Vos was een oprecht mens en sociaal bewogen. Hij is van grote betekenis geweest voor erfgooiers en hun ontwikkeling. Hij heeft laten zien dat door daadkracht en verzet veel te bereiken is.

Floris Vos was samen met landgoedbezitter Van Woensel Kooy de oprichter van NV De Melkerij Hofstede Oud Bussum. De melkerij verwierf faam als modelboerderij. De melk- en kaas producten, die "t.b.c.-vrij"geproduceerd werden, bereikten dankzij een uitgekiend systeem van melkventers tot in Amersfoort de consument.
Vos was een zakenman met durf en fantasie, die streed voor zijn principes en dat van de erfgooiers. Hij behartigde de belangen van de Gooische meentboeren, die vochten tegen de afkalving van hun gemeenschappelijke weilanden, ijverde voor de komst van de rijksweg Amersfoort-Amsterdam en vocht voor de afschaffing van verkeerstollen, die het vrije verkeer en vervoer belemmerde. Floris Vos begon de NIEUWE PARTIJ. Dankzij zijn populariteit veroverde Vos als leider van de "Nieuwe Partij' een zetel in de tweede Kamer.



Hilversum Tuinstad