Hilversums historie...

'Baai laken' en
'Hilversumse streept'


door Joop Tijssens

Oorspronkelijk was Hilversum een boerendorp.
Laren en Naarden waren in die tijd plaatsen van meer betekenis... De florerende lakenweverij van Naarden zocht werkers om in loondienst wol te spinnen. Thuiswerk!

Zo ontwikkelt Hilversum zich tot een weversdorp.
De textielweverij legt de basis voor het kapitaal van een aantal ondernemersfamilies. Deze 'fabrikeurs' laten wol tot 'baai laken' en 'streept' bewerken. Hun kapitaal groeit, en dat was precies wat ze wilden...

In de rok is 'Streept' gebruikt.
De klederdracht op deze historische foto is die van Volendam, de Hilversumse klederdracht was eenvoudiger en eenkleurig.


Hilversumse streept’ wordt landelijk bekend. 'Streept' is volgens bepaalde patronen in strepen geweven wollen stof, die in allerlei traditionele klederdrachten voorkomt. Vanaf 1700 wordt Hilversum langzamerhand centrum van het Gooi, ten koste van Naarden.

Te groot voor de woonkamer
Van het weven van textiel naar het weven van tapijt is maar een kleine stap. Het is eigenlijk dezelfde techniek, alleen de getouwen voor de bredere tapijten en karpetten zijn te groot om in de woonkamer van de wevers thuis te staan. Voor deze getouwen lieten de fabrikeurs 'manufacturen' bouwen: kleine fabriekjes. Rond 1750 kwam een van hen met een originele uitvinding: het weven van tapijt van koehaar, het afvalproduct van de leerlooierijen.
Het was goedkoop te krijgen en goed te verwerken tot een haast onverwoestbaar soort tapijt. Bij de restauratie van Amsterdamse grachtenpanden komen nog wel - na meer dan 200 jaar - stukken Hilversums koehaartapijt te voorschijn. In ca 1770 werd ook begonnen met het namaken van Schotse, Turkse en Perzische tapijten, maar dan in wol, wat erg populair werd. Ze wonnen daar allerlei prijzen mee.

Omstreeks 1850 had Hilversum ongeveer 5500 inwoners. Het kon met recht een industriedorp genoemd worden. Er waren zo’n 23 tapijtfabrieken en 6 textielweverijen. Veel familieleden van mijn vrouw Bep van Schendelen waren wevers en touwbazen of tapijtontwerpers.




Fabrikeurs
Midden in het centrum heb ik ook nog verschillende weverijen meegemaakt. De fabrikeurs woonden als regel naast de fabriek, in zogenaamde fabrikeurshuizen - waarvan er gelukkig enkele bewaard zijn gebleven..

De afzetmarkten werden ook steeds uitgebreider: Noord Duitsland, Scandinavië en Rusland werden aangeboord. Handel en fabricage was in handen van een beperkt aantal fabrikeursfamilies. Deze families vormden de dorpselite. Onderlinge huwelijken hielden de kring gesloten. Het familiekapitaal, verdiend met de textielproductie bleef zo beschikbaar voor het opzetten en uitbreiden van de tapijtfabrieken. Fabrieken van zo’n 80 tot 100 personeelsleden waren in de negentiende eeuw geen uitzondering. Het gebruik van stoommachines rond 1876 bracht weer een hele vooruitgang.

Kinderarbeid en gedwongen winkelnering
Er waren ook allerlei negatieve sociale bijverschijnselen. Kinderarbeid en gedwongen winkelnering hebben zich relatief lang in Hilversum kunnen handhaven. Werknemers moesten hun loon besteden in de winkel van de fabriek, zodat het geld weer naar de fabrikeursfamilies terugvloeide.

Opleiding voor handel en ontwerp
De Hilversumse fabrikeurszonen waren degelijk voor de handel opgeleid. Na lagere school doorlopen te hebben werden zij naar internaten in Brabant gestuurd (de meeste tapijtfamilies waren katholiek).
Vanaf het begin van de 20e eeuw volgden de fabrikantenzonen behalve een handelsopleiding ook een technische, vaak in Duitsland, en/of een kunstzinnige. Dit voor het tapijtontwerpen.

De Hilversumse fabrikeursfamilies brachten ook kunstzinnige nakomelingen voort: o.a. Anthonius Brouwer (1827-1908). Hij was een niet onverdienstelijk kunstschilder. In de Vituskerk hangen nog veel schilderijen van hem, net als in het Goois Museum.
De familie Andriessen bracht een aantal musici en componisten voort, allemaal nazaten van de fabrikeursfamilies.



Joop Tijssens is meer dan tachtig jaar geleden in Hilversum geboren. Hij herinnert zich veel van het Hilversum van zijn jeugd en kan er boeiend over vertellen.

Hij is Hilversum altijd met aandacht en warmte blijven volgen, maar heeft ook kritiek.
Hij wijst op de verworvenheden die Hilversum ondoordacht verloren liet gaan!

Schapenkamp
Fabrikeur Gerrit Veen was een sociaal bewogen en gelovig mens. In 1856 liet hij de Schapenkamp bouwen, een hofje van 52 woningen voor weduwen en wezen, ongeveer waar nu de Prins Bernhardstraat is, bij het politiebureau. Ik weet nog dat daar de weverij stond, die op de Groest uitkwam. In 1860 had Gerrit Veen dit hofje aan het armenbestuur van de St. Vitus geschonken. Ik weet nog dat in de ramen van gietijzer een schaapje was gegoten, in 1980 is dat hofje gesloopt voor de tunnelbouw en verplaatst naar de Pelikaanstraat naast de Josefkerk. De schaapjes zijn toen weggehaald vanwege de protesten van de bewoners. Het heet nu Veenshof. Gerrit Veen schonk niet alleen het hofje aan het armbestuur maar ook een bedrag voor een aantal weduwen (mogelijk van ex-werknemers). Zij mochten gratis in het hofje wonen. In zijn testament vermaakte hij vrij van rechten ƒ 10.000,-- aan de katholieke gemeente, en ƒ 250,-- aan de hervormde, zowel als aan de Israëlitische (Joodse) gemeente, ter bestrijding van de armoede.

Mijn grootvader, de vader van mijn moeder, heeft ook nog op het Schapenkamphofje gewoond. Midden op een pleintje stond een rijtje poepdozen en in het gangetje was een tafel met een soort zeil, 2 meter verder was een kraan en daar kon een emmer onder staan. Dat herinner ik me nog. Ik sliep een keer in de bedstee: ’s morgens werd ik wakker van hanengekraai, kom daar nu eens om.

Rond 1892 leverde veel fabrikanten een bijdrage aan de bouw van de nieuwe, neogotische Vituskerk.

Erfgoed
De lokale politiek blijft worstelen met het behoud van Hilversumse historische bebouwing. Gooiland, Dudok, Zonnestraal, de villawijken: het is inmiddels overbekend het rijtje monumentaal Hilversum. Maar dit geeft voor toekomstige generaties een zeer onvolledig beeld van de Hilversumse geschiedenis. En daar heeft onze lokale politiek nog steeds onvoldoende oog, laat staan enthousiasme voor.

Hilversum is, hoe je het ook wendt of keert, van oorsprong een dorp. Van dat dorp is echter bedroevend weinig meer over. De meeste arbeidershuisjes, boerderijen en weverijen in de dorpskern zijn verdwenen. Na de komst van het spoor ging de industriële ontwikkeling van Hilversum in hoog tempo; niet alleen werd het villadorp en tuinstad, maar ook industriestad. Vele generaties Hilversummers hebben in de fabrieken ‘over het spoor’ hun boterham verdiend. Maar wat is er van over? Zo goed als alle industriële bebouwing (industrieel erfgoed met een mooi woord) is in de loop der tijden gesloopt. Bevolking en overheid hadden nauwelijks oog voor dit deel van Hilversums historie. In andere steden, soms veel kleiner dan Hilversum (en zeker niet rijker), is dit besef allang gemeengoed. Hilversum kan op dit gebied een voorbeeld nemen aan plaatsen als Helmond, Hengelo of Tilburg (daar zie je nog mooie oude fabrieken die behouden zijn door er soms andere bestemmingen aan te geven).



Meer dan alleen Dudok
Het behoud van het Dudok-erfgoed is prachtig en vraagt veel inspanning, ook financieel. Maar Hilversum is meer dan Dudok BV. Aan de Naarderstraat, tegenover het Casino, ‘de logerij’, een mooi gebouw, maar het werd zwaar verwaarloosd.


Het was in het bezit van een ontwikkelaar (Slokker in Huizen), die er vooral belang bij leek te hebben dat het verder in elkaar stortte. De bedoeling zal wel geweest zijn daar huizen te bouwen. Ze laten nu gelukkig toch de buitengevel staan, maar van binnen wordt het helemaal nieuwbouw.


Zo zijn er nog veel fabrieken die echt de moeite waard zijn om behouden te blijven voor de toekomst. Op huizen ben je zo gauw uitgekeken vind ik. Vroeger herkende je een dorp of plaats aan de kerktorens of mooie gebouwen. Moet dit allemaal verdwijnen?

Ten slotte de ’s-Gravelandseweg: ooit de mooiste straatweg van Nederland, maar die heeft het inmiddels al flink voor zijn kiezen gekregen. Waarom zorgen we er niet beter voor dat de mooie dingen van Hilversum behouden blijven?

Hilversum Tuinstad